3 september 2019

Big 2: kloof tussen beleid en praktijk veel te groot

Afgelopen zomer is de discussie over de zogenaamde ‘wet Big 2’ volop losgebarsten. Al jaren wordt er gepraat over of en hoe het verschil tussen mbo- en hbo-opgeleide verpleegkundigen te organiseren. Vlak voor de zomer werden de hoofdlijnen van een nieuwe wet en de bijbehorende ‘overgangsregeling’ bekendgemaakt. Een stroom aan kritiek en onrust volgde.

Wat ging er mis?
Kort gezegd: er is te veel over en te weinig met de beroepsgroep gesproken. Eind juni dit jaar werden beroepsvereniging, werkgevers en vakbonden bij elkaar geroepen. Er lag een rapport op tafel dat resulteerde in twee keuze-opties:
Optie 1: Een smalle overgangsregeling (alleen zij die vanaf 2012 hun bachelor Nursing hebben gehaald, mogen zich inschrijven in het nieuwe register)
Optie 2: Een brede overgangsregeling waarin ook verpleegkundigen die bijvoorbeeld vóór 2012 hun hbo-diploma hebben gehaald of inservice-opgeleiden met een aanvullende opleiding, zich kunnen registreren en binnen 5 jaar moeten aantonen aan de nog vast te stellen eisen te voldoen.

We hebben ons sterk gemaakt voor optie twee, als beste van twee kwaden. Maar ondanks dat er een nog veel slechtere optie op tafel lag, hadden we ons beter van de nieuwe wet kunnen distantiëren. Van begin af aan hebben we namelijk gezegd dat ervaring en specialisatie een cruciale rol moeten spelen bij het maken van een onderscheid tussen mbo en hbo. Dat kwam onvoldoende terug in de overgangsregeling. Nog los van of zo’n onderscheid überhaupt per wet geregeld moet worden. Ook wisten we bij het kiezen voor de brede overgangsregeling niet hoe bijvoorbeeld scholingskosten en verletkosten gecompenseerd zouden gaan worden. Ondanks het herhaaldelijk stellen van deze vraag, bleef dat onduidelijk. Soms kun je beter niet kiezen, dan het beste uit twee kwaden.

Wet van tafel
Verpleegkundigen voelen zich niet serieus genomen, de onrust is groot. Het lichtpunt is de kracht die verpleegkundigen hebben laten zien door in opstand te komen. Wet Big 2 moet volgens CNV Zorg & Welzijn worden ingetrokken. De sector moet zelf een kader maken voor beroepsdifferentiatie. Dit hoeft niet in een wet geregeld te worden. Een oplossing kan bovendien alleen met betrokkenheid van alle partijen. Er is geen draagvlak voor deze wet en we hebben andere problemen op te lossen.

Arbeidsmarkttekorten en werkdruk
De sector zit nu niet te wachten op discussies over functiemix en wie welke handelingen nu wel en niet (zelfstandig) mag blijven uitvoeren. Prioriteit is nu voldoende mensen te krijgen en de werkdruk aan te pakken. CNV Zorg & Welzijn wil dat er goede loopbaan- en ontwikkelingsmogelijkheden voor alle zorgprofessionals komen. Er is behoefte aan een doorontwikkeling van het verpleegkundig vak. Tegelijkertijd blijft er een grote behoefte aan verpleegkundigen die goed zijn in de uitvoerende kant van het vak. En ook de andere zorgprofessionals verdienen aandacht. Zorg verlenen we niet alleen. Bij een ontwikkeling als deze hoort een gedegen financiering. Wil je het vak verder ontwikkelen, dan moeten er extra middelen bij. Dat kan niet uit de reguliere scholingspotjes of uit de arbeidsvoorwaardenruimte komen.