26 juli 2019

CNV wil snel reactie op kritiek over Regieverpleegkundige

De invoering van de functie regieverpleegkundige roept veel kritiek op. Voor een deel gaat het om de onduidelijkheid die er nog is, maar belangrijker is de kritiek op punten die wel duidelijk zijn. De wijze waarop de ervaring van verpleegkundigen meetelt, moet nog uitgewerkt worden. Wel is duidelijk dat je alleen met een hbo-diploma van na 2012, er zeker van kunt zijn dat je geen aanvullende toets of opleiding hoeft te doen. Onduidelijk is nog of er voldoende functies zijn voor iedereen die regieverpleegkundige wil zijn, maar er is wel een norm voor een minimaal aantal uren dat je moet hebben gewerkt om je registratie te behouden.

Gedurende de negen jaar dat is nagedacht over de invoering van de nieuwe beroepsprofielen, heeft CNV regelmatig gepleit voor aanpassing van de plannen. Bij de internetconsultatie van het ministerie hebben we bijvoorbeeld nadrukkelijk gepleit voor de erkenning van de ervaring die verpleegkundigen met een mbo- en inservice-opleiding hebben en voor een helder overgangsrecht. Toen gesproken werd over het overgangsrecht lagen er twee varianten op tafel. Een variant waarbij je je alleen als regieverpleegkundigen kunt inschrijven als je vanaf 2012 een hbo-diploma hebt behaald, en een variant waarbij je je ook kunt inschrijven als je vóór 2012 je hbo-diploma hebt gehaald of bijvoorbeeld inservice bent opgeleid met een aanvullende opleiding. Vervolgens wordt er in vijf jaar gekeken of deze laatste groep aan de eisen voldoet. In die zin hebben we een voorkeur voor de tweede variant, maar zijn er nog steeds veel vragen en kritiekpunten.

Vanwege de eerder genoemde onduidelijkheid over het meetellen van ervaring, het voldoen aan de uren-eis en de invulling die de functie in de praktijk gaat krijgen, weten verpleegkundigen nu nog niet waar ze aan toe zijn. Daarom wil CNV dat er nu snel antwoord komt op deze fundamentele kritiekpunten. Inmiddels heeft de minister toegezegd betrokken partijen waaronder de vakbonden, werkgevers, onderwijs en VWS de ruimte te willen geven om met elkaar in gesprek te gaan en te adviseren welke vervolgstappen nu wenselijk zijn. Onze inzet daarbij is:

• Er moet snel duidelijk zijn wie er met haar/zijn ervaring al voldoet aan de eisen.
• We willen geen eindeloos circus van opleidingen en cursussen, waar buiten de opleiders niemand echt beter van wordt.
• Er moeten afspraken komen die ervoor zorgen dat verpleegkundigen die dat willen, de uren die nodig zijn om registratie te behouden, ook kunnen maken.
• We gaan de kosten niet betalen uit de bestaande (scholings-)middelen. De minister zal een extra budget vrij moeten maken voor de scholings- en verletkosten.