8 mei 2019

Structureel meer geld nodig jeugdzorg

Vandaag kopte VNG in het AD dat zij vindt dat extra kosten door toenemende vraag naar jeugdhulp niet meer verhaald mogen worden op gemeenten. Zij pleit voor structureel meer geld. En wanneer hier geen gehoor aan wordt gegeven, overwegen gemeenten zelfs hun jeugdhulptaken af te stoten en terug te leggen bij het Rijk.

CNV Zorg & Welzijn is vooral aangenaam verrast door de stevige toon van VNG. Tegelijkertijd is de VNG nu een medestander in de strijd voor meer middelen voor een betere jeugdzorg.

Het gaat al lange tijd niet goed in de Jeugdzorg. Wachtlijsten voor kwetsbare kinderen worden steeds langer. Er zijn steeds meer tekorten: gekwalificeerde werknemers, tijd voor behandelingen, budgetten om de juiste zorg te kunnen leveren. Aan dat rijtje kan nu ok passende arbeidsvoorwaarden voor jeugdzorgwerkers worden toegevoegd. Zo kan het echt niet langer, is de mening van CNV Zorg en Welzijn, FNV Zorg en Welzijn én de werkgevers gezamenlijk. Ze trekken samen op in een poging de sector weer gezond te maken en de juiste zorg voor kwetsbare kinderen en jongeren te kunnen blijven leveren.

CNV Zorg & Welzijn en FNV Zorg en Welzijn hebben op 25 april een ultimatum aan de politiek gesteld. Daarin is aangegeven wat nodig is om de sector te redden. Oscar Overbeek, bestuurder CNV Zorg en Welzijn: ‘Naast voldoende financiële middelen voor de sector jeugdhulp wil het CNV dat werkgevers en werknemers goede afspraken kunnen maken. Om goede jeugdhulp te blijven bieden, zijn goed opgeleide professionals nodig, die dit ongelooflijk ingewikkelde werk willen doen. Maar de rek is eruit, want het ziekteverzuim is zorgwekkend, de administratieve lasten torenhoog en de zorgen over het kunnen bieden van de juiste zorg aan een kind nemen steeds verder toe. Collega’s verlaten  moegestreden de sector. Er moet echt iets gebeuren voor de medewerkers om het werk vol te kunnen houden! Daarom strijden wij samen met het FNV voor structurele verbeteringen in de sector, zodat we dit mooie vak weer positief op de kaart kunnen zetten!’