2 januari 2019

Zijinstromers in de zorg: van taxichauffeur naar verzorgende

foto: Ton van Vliet – Zijinstromer Ruben Fries helpt met het aantrekken van een steunkous.

Eerst stonden ze in een fabriek of reden ze een taxi, nu begeleiden ze mensen met dementie en delen ze de medicatie uit. Leerling-verpleegkundige Ruben Fries (29) en verzorgende ig Anita van Sluijsdam (53) vertellen in de laatste editie van MijnVakbond over hun carrièreswitch naar de zorg.

Ruben Fries (29) uit Aalten kan het zich nog goed herinneren: ‘Ik ging na mijn opleiding werktuigbouwkunde meteen aan de slag in de fabriek, waar we grote mengketels voor de voedingsindustrie maakten. In het begin vond ik het machtig mooi: als klein jongetje maakte ik al van alles en ging ik samen met mijn vader trekkers opknappen. Nu kon ik er mijn beroep van maken en geld verdienen.’ Maar na een paar jaar begint het te knagen. Fries: ‘Veertig uur per week deed ik hetzelfde werk, op dezelfde vierkante meters, met dezelfde mensen om me heen. Ik had niks te melden aan de keukentafel. Alle dagen leken op elkaar.’ Zijn moeder en zussen daarentegen raakten niet uitgepraat over hun belevenissen. Alle drie werken zij in de zorg: de ene zus als verpleegkundige, de andere als praktijkondersteuner bij een huisarts en zijn moeder als medisch secretaresse op de Spoedeisende Hulp van een ziekenhuis. ‘Daar maakte ze de gekste dingen mee. Ze vertelde bijvoorbeeld over dronken ensen die met spullen begonnen te gooien. Het klonk een stuk spannender dan mijn werk.’

Als een aantal artsen en verpleegkundigen naar Zuid-Afrika gaan en een technicus zoeken die meegaat, grijpt Fries zijn kans. Twee weken lang doet hij klussen in een Zuid-Afrikaans ziekenhuis, om tussendoor mee te kijken met wat die verpleegkundigen allemaal doen, en hen vragen te stellen. ‘Na die reis wist ik het zeker: ik wilde verpleegkundige worden.’

Honderd sollicitaties

Dat blijkt lastiger te zijn dan gedacht. Op dat moment – het is dan 2014 – worden door zorginstellingen maar weinig zorgmedewerkers aangenomen, laat staan opgeleid. Maar Fries laat zich niet uit het veld slaan, hij wil koste wat kost deze carrièreswitch maken. Zijn doorzettingsvermogen loont: na meer dan honderd sollicitaties kan hij mbo-verpleegkundige te worden.

In tegenstelling tot Fries, wist Anita van Sluijsdam (53) uit Dordrecht wél van jongs af aan dat ze in de zorg wilde werken. Maar haar leven krijgt een andere draai als ze haar toenmalige man tegenkomt. ‘We trouwden toen ik 19 jaar oud was, op mijn 21ste kreeg ik mijn eerste kind en op mijn 23ste mijn tweede kind. Mijn wens om in de zorg te werken verdween toen naar de achtergrond. Ik heb wel altijd baantjes gehad, hoor. Bij de parkeerpolitie, bijvoorbeeld. Maar ik was veel te lief, schold al die bekeuringen kwijt.’ Als een vriend een eigen taxibedrijf start, vraagt hij of Van Sluijsdam bij hem komt werken. Ze doet dit werk bijna twaalf jaar. Vooral het contact met de verschillende mensen vindt ze leuk: ‘Ik heb er zoveel mensenkennis opgedaan. Als een passagier naast me kwam zitten, wist ik meteen wat voor type het was.’ Maar na de scheiding van haar man wordt het zwaarder: ‘Toen ik tijdens een nachtdienst de zoveelste dronken man in mijn auto had, dacht dacht ik: wil ik dit de rest van mijn leven nog doen? Nee dus.’ Haar dochter – verzorgende ig van beroep – moedigt Van Sluijsdam aan om haar oorspronkelijke droom na te jagen: werken met ouderen in de zorg. Maar haar moeder twijfelt, ze is immers al over de vijftig; solliciteren heeft toch geen nut meer? Uiteindelijk schrijft ze toch een sollicitatiebrief naar een verpleeghuis in de buurt. Tot haar verrassing wordt ze uitgenodigd en mag ze een dag meelopen.

Frisse blik

‘Ik was stomverbaasd toen ze zeiden dat ze me graag wilden hebben’, zegt Van Sluijsdam. ‘Waarom? Ik ben al vijftig?, riep ik. Ze zeiden dat ze juist mensen zoals ik nodig hadden, die konden aanpakken en levenservaring hadden.’ Tijdens haar opleiding vallen er inderdaad opvallend veel jonge meiden af, merkt Van Sluijsdam. ‘Ik denk dat het werk voor hen mentaal en fysiek te zwaar was. Als ik iemand met dementie middenin de kamer zie staan met ontlasting in zijn broek, zet ik hem meteen onder de douche. Een jongere voelt dan wel een drempel.’ Inmiddels werkt Van Sluijsdam vier jaar als verzorgende ig en ze merkt dat haar werkervaring als taxichauffeur goed van pas komt. ‘Ik heb destijds zoveel mensenkennis opgedaan. Dat helpt in de omgang met de bewoners met dementie en hun familie. Daarnaast zorgen mijn leeftijd en levenservaring ervoor dat ik mentaal wel tegen een stootje kan. Iets wat altijd handig is als je in de dementiezorg werkt.’ Maar er zijn ook zaken waar ze als kersverse verzorgende moeite mee heeft.

Ze kijkt met een frisse blik naar hoe collega’s die jarenlang in het vak zitten hun werk doen. En dat botst soms wel eens. ‘Veel mensen in de zorg hebben oogkleppen op. Sommige dingen zijn heel erg ingebakken, terwijl het niet altijd goed is. Als ik daarnaar vraag, is het argument: ik doe dit al honderd jaar zo en dat ga ik niet veranderen. Die cultuur is heel hardnekkig. Daar valt moeilijk tegenop te boksen.’

Kantine

Ook leerling-verpleegkundige Ruben Fries merkt dat zijn voormalige werk als werktuigbouwkundige handig kan zijn bij zijn nieuwe baan. ‘Ik fiks wel eens iets bij een cliënt, zoals een lekkende kraan of ik ontlucht een radiator. Maar ik moet hierin natuurlijk wel mijn grenzen bewaken. Het levert ook leuke gesprekken op: als een voormalige boer hoort dat ik trekkers opknap, vindt hij dat geweldig. En mensen met een technisch beroep praten daar ook graag met mij over. Het was in het begin wel even schakelen trouwens, tussen werken in de fabriek en in een verpleeghuis: als ik iemand ophaalde voor de koffie, zei ik dat we naar de kantine gingen, in plaats van het restaurant. Iedereen lag dubbel.’

Afwisselend

De twee zijinstromers zouden allebei nooit meer uit de zorg weg willen. Van Sluijsdam: ‘Het mooiste moment is als ik binnenkom na een paar dagen vrij, en ik omhelsd word door een blije bewoner die zegt: ‘Ha meissie, wat heb ik jou lang niet gezien.’ Ondanks de dementie herkennen ze me, vertrouwen ze me en zijn ze een beetje familie van me geworden. De voldoening die dat geeft vind ik heel fijn.’ Ook Fries is razend enthousiast en hoopt zelfs door te kunnen leren. ‘Het werk is zo afwisselend: het ene moment geef ik palliatieve zorg aan een cliënt, het andere moet ik ’s nachts naar een klein boerderijtje omdat daar iemand is gevallen. Ik vind de verschillende soorten diensten heel leuk.’ Hij heeft zelfs zijn geliefde leren kennen bij Buurtzorg, die daar als verpleegkundige werkt. Hij glimlacht: ‘We wonen samen en ik heb nu na een drukke werkdag véél meer te vertellen aan de keukentafel, dan voorheen.’

Zijinstromers en CNV Zorg & Welzijn

Wil je een carrièreswitch naar zorg en welzijn maken, maar weet je niet zo goed hoe je dit moet aanpakken? Of werk je al in de zorg, en denk je na over een volgende stap in je loopbaan? Dan kun je je aanmelden voor het project Sterk in je werk, zorg voor jezelf van CNV Zorg & Welzijn. Hier krijg je gratis loopbaanadvies van een ervaren loopbaancoach. Inmiddels hebben zich al meer dan tienduizend zorgmedewerkers aangemeld. Kijk voor meer info op www. sterkinjewerk.nl. De bond ondersteunt ook de landelijke publiekscampagne Ik Zorg. Hiermee willen de zorgsector en de overheid nieuwe werknemers – zoals zijinstromers – aantrekken. In de campagne laten meer dan 600 mensen met uiteenlopende beroepen en opleidingen zien hoe veelzijdig werken in de zorg is. Kijk voor meer info op www.ontdekdezorg.nl.

tekst: Rhijja Jansen