Eisen voor periodieke registratie

De geformuleerde eisen voor periodieke registratie in het nieuwe wetsvoorstel zijn:

Minimaal 2080 (bruto) uren werkervaring in een periode van vijf jaar. Hieronder valt ook de tijd dat de beroepsbeoefenaar daadwerkelijk beschikbaar is voor het verrichten van waarnemingsdiensten. Er wordt geen rekening gehouden met  minder of meer gewerkte uren dan volgens de arbeidsovereenkomst. Een eventuele werkonderbreking (bijvoorbeeld door langdurig ziekteverzuim, buitengewoon verlof, tijdelijk stoppen met werken, etc.) mag niet langer dan twee aaneengesloten jaren duren.
Als je na een werkonderbreking weer bent begonnen met werken, wordt niet aangegeven hoe lang je moet werken voordat er een nieuwe werkonderbreking plaats mag vinden. In de praktijk zou je dus een week kunnen werken en vervolgens weer voor langere tijd het werk kunnen onderbreken. Wel moet de tijd van werkonderbreking gecompenseerd worden in de periode dat je wel werkt, zodat het totale aantal gewerkte uren van 2080 bereikt wordt. Met gewerkte uren worden de daadwerkelijk gewerkte hele uren bedoeld, waarin werkzaamheden zijn verricht die vallen binnen de deskundigheidsomschrijving van het verpleegkundig beroep. Uren die gewerkt zijn tijdens het weekend of de nachtdienst tellen niet als dubbele uren.

Betaald verlof wordt meegeteld, als dit wordt gebruikt in het kader van werkzaamheden die aan de herregistratie-eisen voldoen (zoals bijscholing) of als het gaat om:

  • zwangerschaps- en bevallingsverlof
  • adoptieverlof
  • verlof vanwege een algemeen erkende feestdag
  • verlof vanwege zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden, zoals calamiteitenverlof zoals weergegeven in artikel 4:1 van de Wet Arbeid en Zorg
  • buitengewoon verlof, voor zover dit wordt gebruikt voor werkzaamheden die aan de herregistratie-eisen voldoen (zoals vrijwilligerswerk bij het rode kruis)

Niet meegeteld worden de uren die worden opgenomen voor:

  • ouderschapsverlof
  • langdurig zorgverlof
  • buitengewoon verlof dat niet valt onder het bovengenoemde buitengewoon verlof

Als je door ziekte niet kan werken, wordt dit na zes weken gezien als werkonderbreking. Dat wil zeggen dat iemand die minder dan zes weken ziek is, deze uren niet hoeft te compenseren. Iemand die gedeeltelijk op arbeidstherapeutische basis werkt en gedeeltelijk ‘normaal’, kunnen zowel de uren die hij of zij ‘normaal’ werkt als de arbeidstherapeutische uren die binnen het eigen beroepsdomein gewerkt zijn meetellen als gewerkte uren.

Voor zelfstandigen die niet in loondienst werken, geldt dat de uren worden meegerekend dat je:

  • ziek bent (tot maximaal 6 weken per jaar, onder dezelfde voorwaarden als bij zorgverleners in loondienst)
  • zwangerschaps- en bevallingsverlof hebt
  • adoptieverlof hebt
  • niet werkt vanwege een algemeen erkende feestdag
  • niet werkt vanwege zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden, zoals calamiteitenverlof zoals weergegeven in artikel 4:1 van de Wet Arbeid en Zorg

De werkervaring moet zijn opgedaan in het deskundigheidsgebied van de beroepsbeoefenaar en op een niveau dat gelijkwaardig is aan het voor registratie noodzakelijke opleidingsniveau. Er mag een maximale werkonderbreking plaatsvinden van twee aaneengesloten jaren.

Eisen die vallen binnen de deskundigheid van de verpleegkundige

In de praktijk blijkt het ook voor het ministerie van VWS moeilijk aan te geven welke werkzaamheden vallen binnen de deskundigheidsomschrijving van het verpleegkundig beroep. Als je in je werk regelmatig verpleegtechnische werkzaamheden moet verrichten, val je hier zonder meer onder. Verder kun je er vooralsnog vanuit gaan dat, als je werkzaamheden verricht die overeenkomen met de taakgebieden van een verpleegkundige in het verpleegkundig beroepsprofiel, dat deze ook als verpleegkundige werkzaamheden worden gezien en dat je voor herregistratie in aanmerking komt. Dit zijn taken met betrekking tot:

  • vaststellen van benodigde zorg
  • plannen van zorg
  • uitvoeren van zorg
  • evalueren van zorg
  • professiegebonden taken
  • organisatiegebonden taken

Ook de expliciete vermelding in je functieomschrijving dat je bent aangenomen als verpleegkundige, maakt het aannemelijk dat je werkzaamheden verpleegkundig zijn en dat je dus jezelf mag laten herregistreren.

Moeilijker wordt het met de zogenaamde schemergebieden. Ben je werkzaam in een veld waar niet expliciet verpleegkundigen werkzaam hoeven zijn, zoals verpleegkundigen in de gehandicaptenzorg, dan moet je aannemelijk maken dat je werkzaamheden verricht die expliciet tot het verpleegkundig beroepsdomein behoren. Dit aantonen kan met behulp van je functieomschrijving of bijvoorbeeld door een verklaring van je werkgever.